Van Steenoven

Organizing

 

 

T 072 7078110    M 06 4104 0364                                                         Van Steenoven Organizing © 2009

 

Opruimen


Wij hebben een te groot huis. Hè, Kluun, wat naar voor je, hoor ik u denken, maar u moet dat toch niet onderschatten. Er wordt bij ons namelijk nooit wat weggegooid. Alles wat ooit het huis binnenkomt, is there to stay. Goed, er gaat wel eens wat beschimmeld brood weg en vorige maand heb ik van mijn vrouw nog een gebroken vaas mogen weggooien, maar dan houdt het toch op.
We hebben een kantoortje, waar je routeplanner.nl voor nodig hebt om de pc te lokaliseren. De boekenkast in de huiskamer is grotendeels aan het zicht onttrokken door de boeken en tijdschriften die ervoor liggen opgestapeld.  
Het summum van niks weggooien is onze kelder. Die bestaat uit drie ruimtes.
Eentje dient als opslagplaats van Materialen Voor In & Om Het Huis. Een archeoloog zou hier menig interessant uurtje kunnen doorbrengen, ik sluit niet uit dat er zaken liggen waar het Amsterdams Historisch Museum grof geld voor zou bieden.
Zo ligt er een kubieke meter tegeltjes die we – of de vorige bewoners, of die daarvoor, je weet het niet – over hadden na een verbouwing. Er staan zoveel aangebroken potten verf dat er een chemo-karavaan voor nodig is om op ze op te halen. En een rol vloerbedekking waar je overheen moet klimmen om de kelder überhaupt in te kunnen.
De ruimte ernaast is voor de categorie Overig. De wapeninspecteurs van de NAVO zouden meer werk hebben om hier iets te vinden dan met het uitkammen van heel Irak op zoek naar verboden wapens. Kinderstoeltjes, jassen, ongewassen carnavals- en skikleding, een bed dat zonde is om op Marktplaats te zetten, dozen van de Dell-computer die ik in 2002 heb aangeschaft, een jaarlijks groeiende stapel dozen met kerstversiering en een opgeblazen opblaaszwembad. Daar ben ik schuldig aan, want afgelopen zomer heb ik me dik anderhalf uur het zweet tussen de billen staan pompen en over een paar maanden is het toch weer voorjaar.
Vorige week kwam ik voor het eerst sinds weken in de derde ruimte, de speelkelder van de kinderen. Het is dat het in deze tijden niet gepast is, anders zou ik zeggen dat het eruitzag of er een bom ontploft was. Zelf ontplofte ik ook zowat. Mijn oudste dochter keek me aan en vroeg of er iets was.
‘Ja!,’schreeuwde ik. ‘Dat het hier een verschrikkelijke puinhoop is, dat is er! Woensdagmiddag wordt er niet met vriendinnetjes gespeeld, voor dat deze *@!#kelder is opgeruimd.’
‘En  de rest van het huis dan?’ antwoordde mijn dochter.

 

o.a. gepubliceerd in ´Klunen´ door Kluun 2008/ uitgeverij Podium